Deel 1: Hoe het begon
Ik ben hier geboren.Jan (68) zegt het bijna achteloos. Een mededeling zonder gewicht. Maar onder die woorden ligt een heel leven. Een leven dat zich grotendeels afspeelde op dezelfde plek waar hij tot voor kort altijd gewoond heeft. Dezelfde plek waar hij jaren gestreden heeft tegen extreme stankoverlast door de intensieve veehouderij.In 1952 begonnen zijn ouders er een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf. Met een stuk of tien koeien. Wat varkens en kippen voor eigen gebruik. En daarnaast deden ze aan akkerbouw, groente- en fruitteelt: frambozen, aardbeien, augurken en spruiten. Het was een plek op het Brabantse platteland zoals je dat tegenwoordig alleen nog op oude ansichtkaarten ziet. De straat was onverhard en drinkwater moest met een emmer uit de waterput gehaald worden. Tót de dag van Jans geboorte in 1957: toen werd de woning aangesloten op het waterleidingnet.Op die plek groeide Jan vanzelf mee met het ritme van het werk dat er te doen was. Eerst als kind dat hielp met plukken en oogsten. Later als tiener bij de geboorte van de biggetjes. Het hoorde erbij, net zoals dat zijn vader met een zeug naar een boer honderd meter verderop liep, om haar te laten dekken. Zo ging dat nou eenmaal in die tijd. ‘We zijn beschermd opgevoed,’ zegt Jan. ‘Maar we werden wel vrijgelaten in onze keuzes. Ik was niet zo’n vlijtige leerling en uiteindelijk ben ik in het tweede jaar van de havo afgehaakt.’ Nadat hij een tijdje spruiten had geplukt bij vader op het land, besloot hij naar het volwassenenonderwijs te gaan. Dat rondde hij met succes af en rond zijn drieëntwintigste begon hij aan een lerarenopleiding Engels.Maar het voelde nooit helemaal goed. Hij woonde graag in zijn geboortedorp, hield van de rust en van de ruimte en in 1979 kocht hij een stuk grond van zijn ouders. Hij besloot op de anderhalve hectare grond die nu van hem was een vleesvarkensbedrijf te beginnen. Op het jaarlijkse dorpsfeest leerde hij de vrouw kennen waar hij nog steeds mee samen is. Om zich volledig op de varkenshouderij te kunnen richten, liet hij de opleiding voor wat die was. De eerste stallen werden gebouwd in 1979. In 1982 en 1983 volgde er een uitbreiding naar een capaciteit van 1534 varkensplaatsen. In 1985 bouwde hij er ook de woning bij waar hij en zijn vrouw jarenlang woonden. Zijn huis en zijn bedrijf stonden op hetzelfde terrein. Zolang de stallen van hem waren, was dat geen enkel probleem. Pas toen de stallen in andere handen kwamen, begon het gedonder.Naar deel 2: Verkocht, maar niet vertrokkenAdvocaat VerbeekZelf last van extreme stank?Woon je in de buurt van een intensieve veehouderij en herken je iets van het verhaal van Jan? Blijf er niet alleen mee rondlopen. Neem contact op met Nout Verbeek om te bespreken wat er in jouw situatie mogelijk is.
Lees verder